Posts tonen met het label geld. Alle posts tonen
Posts tonen met het label geld. Alle posts tonen

maandag 9 december 2013

Vroomheid

'Het boek Handelingen gaat over de daden van de apostelen, niet over hun voornemens', heb ik wel eens iemand horen zeggen. Alleen al daarom zou iedere Christen dat boek regelmatig moeten lezen. Het laat zien hoe gelovigen onder het Nieuwe Verbond kunnen en zouden moeten leven.

Leuke bijkomstigheid zijn al de kleurrijke figuren die je, naast de apostelen, tegenkomt in het boek. Neem nou de Italiaan Cornelius (die de Joodse Petrus voor een niet-kosher etentje uitnodigde). Over hem en zijn gezin staat geschreven: Hij was een vroom man: hij en al zijn huisgenoten dienden God. Hij gaf veel voor de armen van het volk en bad trouw tot God (Handelingen 10:2, NBV).

Kijk daar heb je weer zo'n enkel zinnetje, zo'n vers dat mij enorm aan het denken zet. Cornelius was een vroom man. Wat is een vroom mens, vraag ik mij dan af? Vroomheid heeft een nare religieuze klank. Vrome mensen zijn braaf en saai en misschien ook wel een beetje hypocriet. Maar wat zegt de Bijbel over vroomheid? In Het Boek staat over Cornelius, Hij en zijn hele gezin hadden diep ontzag voor God. Hij gaf veel weg aan de armen en was een man van gebed.

Terugkijkend op mijn vorige blogpost zie ik dat ontzag voor de Heer een kenmerk is voor gemeentegroei. Diep ontzag voor God is ook een kenmerk van vrome mensen. Dat ontzag uit zich eigenlijk automatisch in de volgende twee zaken, die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn:
  • vrijgevigheid
  • gebed
Een vroom (gelovig) mens bidt veel en opent z'n portemonnaie met vreugde om VEEL aan de armen (dit gaat NIET over het kerkgebouw) te geven. Dat laatste moeten we nog leren in de Nederlandse kerken! Tijdens het weekend over gemeentegroei in onze kerk stelden we daartoe iedereen de volgende vraag: Inventariseer eens globaal waaraan je je geld besteedt (los van huishouden en vaste kosten). Denk aan: abonnementen, clubs, snacken, uitgaan, kleding, gadgets, vakantie etc. Hoe staat dat in verhouding tot je investering in Gods Koninkrijk?

Haha, dat deed veel stof en commentaar opwaaien, maar geloof me, het is een goede oefening om te kijken waar ons hart nu echt ligt.

dinsdag 4 juni 2013

Omdenken

In de afgelopen maanden heb ik een aantal blog posts geschreven over mijn reis door het evangelie van Lucas. Steeds weer werd ik geprikkeld door de woorden van Jezus, die het eigenlijk onmogelijk maken om 'normaal' te denken.

Wat is normaal denken eigenlijk? Binnen welk kader vallen normale gedachten? We kunnen soms gekweld worden door negatieve gedachten, door angst, door boosheid, of door zorgen. Anderzijds kunnen onze gedachten soms heel erg oppervlakkig, warrig of zelfzuchtig zijn. Onze gedachten worden bepaald door dingen die we horen, zien en lezen... door herinneringen, trauma's of juist blijde gebeurtenissen. Maar zeker ook door wat we geleerd hebben van onze ouders, op school, tijdens het werk, via de televisie en media. Al die flarden, herinneringen en ook toekomstverwachtingen bij elkaar vormen onze gedachtenwereld.

Met dat volle hoofd lezen we de Bijbel en dan komen we uitspraken van Jezus tegen die alles wat we tot nu dachten te weten omver gooien. Lees maar eens mee, De farizeeën, die geldzuchtig waren, hoorden dit alles aan en ze haalden honend hun neus voor hem op. Maar Jezus zei tegen hen: ‘U wilt bij de mensen altijd voor rechtvaardig doorgaan, maar God kent uw hart. Wat bij de mensen in hoog aanzien staat, is een gruwel in de ogen van God [Lucas 16:14-15].

Nou, ik weet niet hoe het jullie vergaat als je zoiets leest, maar bij mij zet het alles op scherp. Dit is omdenken, 2000 jaar geleden. De meest voor de hand liggende vraag is natuurlijk: wat staat bij mij (ons) in hoog aanzien? Jaag ik dingen na die helemaal niet belangrijk zijn voor God? Hecht ik waarde aan zaken die geen eeuwigheidswaarde hebben? Geld, aanzien, diploma's, carriere, succes, kleding... noem maar op. Zo'n uitspraak zet alles waar we in onze maatschappij mee bezig zijn in een ander licht.
Hoe zie jij dat?

maandag 6 mei 2013

(Geen) geld als god

De blogreis door het evangelie van Lucas duurt wat langer dan verwacht. Dat geeft natuurlijk niks, want er staan schitterende levenslessen in en ik zou wel een jaar lang kunnen schrijven over de dingen die ik lees en leer en toe kan passen. Hopelijk ervaren jullie het ook zo.

Inmiddels zijn we aangeland in hoofdstuk 16. Ik moet eerlijk toegeven dat ik niet alles begrijp van wat Jezus daar zegt, daarom deze keer een blogje over iets dat we wel kunnen bevatten. Laten we eens kijken naar een heel bekend vers, een beetje uitgemolken ook weer, en te pas en te onpas gebruikt... Geen enkele knecht kan twee heren dienen: hij zal de eerste haten en de tweede liefhebben, of hij zal juist toegewijd zijn aan de ene en de andere verachten. Jullie kunnen niet God dienen én de mammon (Lucas 16:13). Mammon staat daarbij voor geld of geldafgod.

We gebruiken die tekst over het algemeen om aan te geven dat rijke mensen vaak niet zo met God bezig zijn, de zucht naar geld neemt hen in beslag. Het is daarom maar beter om arm te zijn, dan kun je de Heer tenminste zonder afleiding dienen. Toch?

Eerlijk gezegd kan ik het inmiddels ook van de andere kant zien (misschien kom ik wel aan die gedachte door de zogenaamde financiële crisis waar de wereld door bezeten is). Gebrek aan geld kan ook een afgod zijn. Altijd zorgen maken, altijd bang zijn om tekort te komen, altijd tellen, altijd de eindjes aan elkaar knopen... daar gaat heel veel tijd en aandacht in zitten, vaak  veel meer dan we aan de beloftes van God besteden. Waar of niet? Ik geloof echt dat obsessieve zuinigheid, krenterigheid en gierigheid ook de mammon dienen is. Begrijp me niet verkeerd, wij gaan hier thuis heel zorgvuldig met geld om, we geven geld heel bewust uit en verkwisten niet. We leven van dag tot dag in vertrouwen dat God zal voorzien, ook als het heel krap is.

Altijd bezig zijn met te weinig geld is echt niet gekker dan bezig zijn met te veel geld. We kunnen niet met die dingen bezig zijn en tegelijkertijd God dienen. God dienen betekent erop vertrouwen dat Hij ons niet meer zal geven dan we aankunnen. Hoe denken jullie daarover?

Wie bescheiden is en ontzag heeft voor de HEER, wordt beloond met rijkdom, eer en een lang leven (Spreuken 22:4)

zaterdag 13 april 2013

Waar ligt jouw schat?

De gelijkenis van de dwaze, rijke Hollander uit mijn vorige blog post leverde interessante reacties op. In mijn commentaar beloofde ik nogmaals een post te schrijven met betrekking tot het verzamelen van schatten.

Misschien heb je inmiddels Lucas 12 eens onder de loep genomen. Wat staan daar veel wijsheden in zeg! Niet altijd even eenvoudig uitvoerbaar, maar zeker wel prikkelend. We belanden zo langzamerhand aan bij de verzen 33 en 34, Jezus spreekt: Verkoop je bezittingen en geef aalmoezen. Maak voor jezelf een geldbuidel die niet verslijt, een schat in de hemel die niet opraakt, waar een dief niet bij kan en die door geen mot kan worden aangevreten. Waar jullie schat is, daar zal ook jullie hart zijn.

Verkoop je bezittingen! Bijna ondenkbaar voor ons spaarzame Hollanders. Alhoewel... een website als Marktplaats wordt steeds drukker bezocht. Blijkbaar hangen we toch niet zo veel aan al onze spulletjes als het lijkt. Maar goed, eigenlijk wil ik vandaag stilstaan bij dat laatste zinnetje: waar jullie schat is, daar zal ook jullie hart zijn.

Wow. Een hele pittige nadenker. Waar is mijn schat? Met andere woorden betekent dat letterlijk: waar stop ik mijn geld in? Want dat is ook datgene waar mijn hart naar uit zal gaan. Als je een grote bankrekening hebt, zal daar ongetwijfeld je hart naar uitgaan. Zeker in deze tijd, waarin banken bijna dagelijks worden gehacked en failliet gaan, zie je dat mensen stress en zorgen hebben over de financiële situatie in de wereld; het gaat hen aan het hart... Als je bijvoorbeeld veel geld in een hobby of sport steekt, zal daar je hart, je interesse liggen. Als je veel geld uitgeeft aan kleding, zal je hart daar naar uitgaan. Je hart volgt je geld.

Dat is eigenlijk een heel logische conclusie van de Here Jezus, niks mis mee... maar het is tegelijkertijd ook wel een waarschuwing. God wil ons hart, en dus ook onze rijkdom. Jezus raadt aan om schatten in de hemel te verzamelen, Hij noemt dat een geldbuidel die niet verslijt. Ik denk dat investeren in mensenlevens wat dat betreft het allermooiste is. Voor mij persoonlijk is dat de reden om te investeren in Christelijke opvang en hulpverlening, in evangelisatie- en studiemateriaal. Uit dat verlangen is onze stichting Traveling Light ook ontstaan. Eerlijk gezegd ging mijn hart helemaal niet uit naar verlsaafden en mensen met problemen, maar nu mijn geld er in zit wel! Ingewikkelder is het niet.

PS: Waar gaat jouw hart naar uit? En je investeringen?

dinsdag 2 april 2013

Schatten verzamelen

Afgelopen weekend zag ik ergens een kaartje liggen met de volgende vraag erop: Hoe komt het dat een tientje zo weinig is als we gaan winkelen en zo veel als we het in de kerkzak doen?

Het kaartje sloot precies aan bij een gelijkenis uit Lucas 12 die ik een paar dagen daarvoor las. De gelijkenis van de dwaze rijke man... of, om het wat dichter bij huis te brengen, de gelijkenis van de dwaze rijke Hollander. In een paar verzen legt Jezus uit wat het gevaar is van alsmaar meer spullen vergaren en bewaren. Wie geniet er van het pensioen waar je zo hard voor hebt gewerkt als je plotseling dood gaat, vraagt Hij aan de toehoorders. Dan eindigt Hij met deze woorden (vers 21): Zo vergaat het iemand die schatten verzamelt voor zichzelf, maar niet rijk is bij God.

Dat is weer zo'n les waarvan je denkt 'die sla ik liever over'. Want Jezus heeft natuurlijk gelijk, het is zoveel makkelijker om spullen voor onszelf te kopen dan om iets weg te geven. Tien, twintig euro is zo weg, maar een briefje van twintig in een collectezak gooien of aan een goed doel geven...? Haha, je maakt een grapje zeker?! In de engelse (King James) vertaling staat er trouwens maar niet rijk is naar God toe.

Geld voor onszelf uitgeven... oke. Maar staat het in verhouding tot wat we aan God geven?

maandag 25 februari 2013

Maatbeker

Dat de Bijbel een fascinerend boek is hoef ik jullie niet te vertellen. Wat ik julie wel wil vertellen is dat het echt helpt om een vertaling te lezen die je begrijpen kunt! Naar mijn weten zijn er geen 'goede' of 'slechte' vertalingen; gebruik in ieder geval een begrijpelijke vertaling...

Zoals ik al eerder schreef, lees ik momenteel het evangelie van Lucas weer eens door. En tsja, dan kom je vanzelf bij hoofdstuk zes. Je kunt twee dingen doen: er snel overheen lezen of stil staan bij de lessen die Jezus aan zijn volgelingen (wij) geeft. Dit is geen theologie of theorie, maar oefeningen voor de praktijk van alle dag. Ik haal vers 37 en 38 aan: Oordeel niet, dan zal er niet over je geoordeeld worden. Veroordeel niet, dan zul je niet veroordeeld worden. Vergeef, dan zal je vergeven worden. Geef, dan zal je gegeven worden; een goede, stevig aangedrukte, goed geschudde en overvolle maat zal je worden toebedeeld. Want de maat die je voor anderen gebruikt, zal ook voor jullie worden gebruikt.

Oeps, krasse woorden, vooral die laatste zin. De eerste vraag die in mij opkomt en die ik graag met jullie wil delen is: welke maat gebruik ik? Zowel in negatieve als in positieve zin. Jezus haalt hier twee negatieve dingen aan: oordelen en veroordelen, maar ook twee positieve: vergeven en geven. Hoe dan ook, ik bepaal de maat waarmee ikzelf gemeten wordt als het om deze dingen gaat... en dat is zeker een reden om wat langer bij deze les van Jezus stil te staan.
  • In welke mate ben ik veroordelend, kritisch, neerbuigend of oordelend naar anderen toe? Een kritische houding naar anderen toe zal als een boemerang terugkomen in mijn eigen leven.
  • In welke mate vergeef ik en geef ik (tijd, geld, talenten, liefde etc.)? Een liefdevolle, vrijgevige houding naar anderen toe zal als een boemerang terugkomen in mijn eigen leven.
Het is een enorme verantwoordelijkheid om te bedenken dat wij zelf de maat bepalen waarmee we worden gemeten. We zouden misschien wel liever hebben dat God dat allemaal automatisch verzorgde, dan hoefden wij tenminste niets te veranderen aan onze bitterheid, wrok, krenterigheid of zuinigheid. De woorden van Jezus zijn heel eenvoudig, maar niet makkelijk. Een verantwoordelijkheid, maar ook een uitdaging...

Ik weet niet hoe het met jullie is, maar ik heb liever niet dat anderen over mij oordelen of mij bekritiseren. Ik wil wel graag dat anderen mij vergeven en ook van hun rijkdom met mij delen. Die wens is de maat die ik voor anderen moet gebruiken.

Als we verlangen naar een andere oogst in ons leven, zullen we een begin moeten maken met het zaaien van ander zaad.

vrijdag 24 augustus 2012

Talent en het Koninkrijk (4)

Het is leuk om deze serie blog posts over talent & Koninkrijk te schrijven in een periode dat er twee nieuwe boeken van mijn hand uitkomen. Vanaf vandaag is Frisse Kijk verkrijgbaar! Weer een mijlplaal in de schrijverij, deze keer ook met toevoeging van prachtige kleurenfoto's die ik met mijn Olympus camera heb genomen. Ik hoop dat het boek je zal inspireren!

In de vorige post hebben we kunnen zien dat het bouwen aan Gods Koninkrijk niet optioneel is, het is een opdracht, een roeping die we ontvangen van de Koning. In Matteus 25:14-15 staat:
Of het zal zijn als met een man die op reis ging, zijn dienaren bij zich riep en het geld dat hij bezat aan hen in beheer gaf. Aan de een gaf hij vijf talent, aan een ander twee, en aan nog een ander één, ieder naar wat hij aankon. Toen vertrok hij. Het volgende dat opvalt aan de introductie die Jezus geeft op de gelijkenis van de talenten is het feit dat de werkers het geld (de talenten) in beheer krijgen. De man vertrouwt het beheer van zijn vermogen aan de werkers toe. Let wel, niet zijn vermogen zelf! Met andere woorden: de man blijft eigenaar, de dienaren worden beheerders.

Jezus blijft eigenaar van hetgeen Hij ons in bruikleen geeft, of het nu over geld, talenten, of mogelijkheden gaat. Het is wel de bedoeling dat wij er iets mee gaan doen en zo andere mensen bereiken, die weer andere mensen kunnen bereiken... juist ja. Het maakt niet uit op welk vlak jouw talent ligt. Laten we zeggen dat je hele lekkere appeltaarten kunt bakken. Waarom niet 1x per maand een koffieochtend in de straat  organiseren? Laat je kinderen een mooie flyer maken en nodig een aantal mensen uit. Een prachtige manier om in contact te komen met vrouwen die je wellicht nooit in de kerk zult tegenkomen. Je hoeft niet te preken of evangeliseren, het gaat om het opbouwen van relaties. Die gesprekken komen wel... zeker als ze van jouw lekkere taart hebben genoten.

Dit is maar een simpel voorbeeld van het gebruiken (BEHEREN) van hetgeen je van God hebt gekregen. Hij blijft de eigenaar en vertrouwt ons bepaalde dingen toe. Het is Zijn verlangen dat we daarmee de wereld in gaan. Laten we het niet te moeilijk of zwaar maken :) Beheren betekent dat je zelf de beslissing neemt om aan de slag te gaan. 

4) God blijft eigenaar van onze talenten, wij zijn de beheerders.

woensdag 7 maart 2012

Karigheid nader bekeken

Het lijkt wel of er tegenwoordig alleen nog maar geschreven en gediscussieerd wordt over geld-gerelateerde zaken. Kranten en tijdschriften staan bol van het slechte nieuws over economische recessie, dalende aandelenkoersen, dubieuze investeringen, wankele valuta-markt, kwakkelend vastgoed en, oh ja, natuurlijk de bezuinigingen. 

In de Bijbel gaat het ook nog al eens over geld, blijkbaar is er niets nieuws onder de zon :) De terminologie mag dan veranderd zijn, de principes zijn hetzelfde gebleven. De bijbel spreekt namelijk niet zozeer over bijvoorbeeld uitgeven en verdienen, maar over zaaien en oogsten. De apostel Paulus wijdt er, op de zijn bekende manier, nogal over uit in zijn tweede brief aan de Korintiers. Ik zou daar graag een wijze les uit willen halen voor deze blog: Bedenk dit: wie karig zaait, zal karig oogsten; wie overvloedig zaait, zal overvloedig oogsten (2 Korintiers 9:6).

Wat een fantastisch, simpel basisprincipe voor een zorgeloos leven is dat toch. In de context gaat het over geld, maar uiteraard kunnen we het op alle facetten van het leven toepassen. Als je nooit eens vriendelijk naar iemand glimlacht, is de kans vrij klein dat mensen jou zullen toelachen. Als je altijd en eeuwig kritisch bent zullen mensen jou ook bekritiseren. Het principe dat Paulus hier aanhaalt is gebaseerd op de woorden van Jezus: de maat die je voor anderen gebruikt, zal ook voor jullie worden gebruikt [Lucas 6:38]. Dat gaat op voor de mate waarin wij liefhebben, oordelen, vergeven en uitdelen.

Paulus schrijft 'bedenk dit', alsof hij wil zeggen 'hebben jullie er wel erg in?' God belooft in zijn Woord om voor zijn kinderen te zorgen, dat is een belofte, een waarheid die vast staat. Maar er zijn daarnaast heel eenvoudige en praktische geestelijke principes die wij ons toe moeten eigenen op onze reis naar geestelijke volwassenheid. Stel dat je altijd trouw een gift in de collectezak gooit op zondag, maar die gift is ongeveer gelijk aan het bedrag dat je voor een mooi tijdschrift uitgeeft of voor een bos bloemen op tafel... dan is de maat waarmee je God meet gelijk aan de maat waarmee je je dagelijkse huishouden meet. Misschien ga ik daarin te ver, maar ik wil maar een voorbeeld aanreiken. Denk er eens over na wat voor oogst jij eigenlijk verwacht in je leven en ga op basis daarvan zaad zaaien. Als je aandacht nodig hebt zul je aandacht moeten geven, als je geduld nodig hebt zul je geduld moeten geven, als je geld nodig hebt zul je geld moeten geven... en bedenk daarbij dan dat karig zaaien een karige oogst voortbrengt.

Karig (armoedig, gierig, krap, krenterig, matig, schraal, schriel, sober, spaarzaam, weinig, zuinig) zaaien zal GEEN overvloedige oogst voortbrengen. Dat zeg ik niet, dat zegt de Bijbel. Dat is misschien best een harde les om te leren, maar ook eentje die een doorbraak kan veroorzaken in ons leven zodra we het principe erachter gaan begrijpen. Pas als we serieus een begin gaan maken met vrij, blij en overvloedig geven, zullen we zien dat de sluizen van de hemel opengaan en zegen in overvloed op ons zal neerdalen (Maleachi 31:10). De Bijbel leert ons geen verkwisting (Jezus liet zelfs de kruimels na de wonderbaarlijke spijziging oprapen) maar zeker ook geen bezuiniging en spaarzaamheid als het aankomt op wat we weggeven.

Les van Koning David:
Nee,’ antwoordde de koning, ‘ik wil ervoor betalen. Ik ga niet de HEER, mijn God, een brandoffer brengen dat me niets heeft gekost (2 Samuel 24:24)