Zoals beloofd, een column uit de oude doos, zoals ik die eerder schreef voor Opwekking Magazine.
'Mevrouw, mevrouw.' Haastig stevende ze op me af, het kaartje om haar nek wapperde als een vlag achter haar aan. 'Organisatie' stond er kortweg op, een simpel woord maar met een diepe betekenis, zo zou blijken. 'Mevrouw, u mag daar niet zitten. Deze plaatsen zijn gereserveerd.' Onthutst keek ik haar aan. Eerlijk gezegd voelde ik me een beetje schuldig, alleen wist ik niet precies waarom.. De dame van de organisatie gebaarde met beide armen en lichtte me verder in, 'al deze rijen zijn gereserveerd voor de leiding.'
Ik moet haar dom hebben aangekeken, want ze voegde er ietwat schoolmeesterachtig aan toe: 'je weet wel, voor leiders, oudsten en voorgangers.' Met het schaamrood op m’n kaken sloop ik zo voorzichtig mogelijk weg, op zoek naar de achterste rij, hopend dat niemand mijn fout had opgemerkt. Uiteindelijk kwam ik helemaal links acher in de zaal terecht, alwaar ik het gebeuren via een televisiescherm braaf kon volgen. Ik moet toegeven dat ik een beetje mokte, eigenlijk had ik net zo goed thuis kunnen blijven.
Wellicht herken je zo’n situatie. Ruim drie uur van te voren wandel je de conferentiezaal in, je hebt je voorgenomen om recht voor het podium te gaan zitten, dicht bij het vuur zogezegd, want je wil niks missen. Je hebt maanden naar deze dag uitgekeken en de Heer uitbundig gedankt voor de mogelijkheid het evenement bij te wonen. En dan is er ineens dat woord: gereserveerd. Maar niet voor jou. Het lijkt een onschuldige gewoonte te zijn die langzaam de christelijke wereld is ingeslopen. Ik hoor en zie dat woord namelijk in kerken, op conferenties, op gebedsbijeenkomsten, op festivals en seminars. Steevast zijn de beste plaatsen gereserveerd.
Ja, ik moet natuurlijk ook mijn hand in eigen boezem steken en toegeven dat dringen om vooraan te kunnen zitten ook niet echt netjes is, ik had beter moeten weten. Toch word ik er wel eens verdrietig van en vraag ik mij af hoe het zo ver heeft kunnen komen met ons. Hoe is het mogelijk dat we gewoontes hebben ontwikkeld waar Jezus tweeduizend jaar geleden al tegen waarschuwde? In Mattheus 23:6 kunnen we lezen hoe Hij de geestelijk leiders van Zijn tijd beschimpte en ze in het openbaar terechtwees omdat ze altijd de beste plaatsen op feestjes wilde hebben en de belangrijkste stoelen in de synagoge. En wij? Wij zijn niet veranderd, we doen Hem nog steeds verdriet in ons streven om belangrijk te zijn.
Daar achter in die zaal kreeg ik een goed idee. Wellicht kunnen we in het vervolg de voorste rijen reserveren voor de prostituees, alcholisten en drugsverslaafden. Of zouden die liever achterin zitten? Speelt het ware gebeuren zich misschien juist daar af? Ik stel me zo voor dat Jezus niet met veel bombarie en fanfare met een microfoon in z’n handen het podium opkomt. Ik zie Hem er gerust voor aan door een zijdeurtje naar binnen te sluipen en zich te voegen bij de laatsen. Zo was zijn hele leven, zo begon het al in Bethlehem! Geen voorste rij, maar een voederbak!
.jpg)



